Is HKZ verplicht?
Wettelijk niet, en per regio verschilt het echt. Wij zetten de letterlijke inkoopteksten naast elkaar, ook die van de regio's die het niet eisen.
Het korte antwoord
Nee. HKZ is een privaat keurmerk en komt in geen enkele wet voor. Er is ook geen wet die een certificaat voorschrijft. De eis komt langs één route binnen: de inkoop. Een gemeente of jeugdregio kan in de inkoopvoorwaarden een kwaliteitscertificaat als geschiktheidseis opnemen, en dan is het voor die opdracht een harde toegangseis.
Wat u overal leest is dat het "in de praktijk toch verplicht" is. Dat is te grof. Het hangt af van uw regio en van de ronde waarin u instapt, en het verschil is groot genoeg om het zelf na te kijken.
Regio's die het wél eisen
Drie voorbeelden uit inkoopstukken voor contracten die per 1 januari 2027 ingaan, met de tekst zoals die er staat.
| Regio | Wat er staat |
|---|---|
| Regio Meierij | Noemt het schema bij naam: micro-ondernemingen beschikken over een certificaat dat voldoet aan "een HKZ-schema voor kleine organisaties of gelijkwaardig (HKZ 143)". Geen alternatief met een kwaliteitsplan. |
| Regio Utrecht West | Uit de Nota van Inlichtingen: "Het is voor een micro-onderneming verplicht om een geldig certificaat voor kwaliteitsmanagement te overleggen bij de Inkoopstukken." |
| Rijk van Nijmegen | Vraagt een certificaat, óf "een verklaring van een certificerende organisatie te overleggen waaruit blijkt dat een traject is gestart". Die tweede route is de inhaalmogelijkheid. |
En regio's die het niet eisen
Dit hoort er net zo goed bij. De NMD-samenwerking schrijft letterlijk dat de gemeenten "een keurmerk of certificaat niet verplicht" stellen. Drechtsteden laat weten dat "een eigen kwaliteitshandboek, toetsingskader, protocol" volstaat. De Achterhoek liet in de inkoop voor 2026 de harde certificaatlijst uit 2021 vallen en vraagt nu een beschrijving van het kwaliteitszorgsysteem van maximaal twee A4. En de VNG schrijft in haar eigen handreiking dat systemen en keurmerken "steeds minder passen bij hoe organisaties werken en willen werken".
Wie u vertelt dat het overal moet, verkoopt u iets. Het onafhankelijke cijfer dat er wél is komt van onderzoeksbureau PPRC, in opdracht van het Rijk: in 2020 had 74 procent van de nieuwe Wmo-overeenkomsten criteria voor kwaliteitsborging, tegen 63 procent een jaar eerder. In datzelfde onderzoek staat ook dat bij 21 procent van de Wmo-inkoop helemaal geen kwaliteitseisen worden gesteld. En let op: kwaliteitsborging is daar breder gedefinieerd dan een certificaat.
Wat de Wkkgz wel en niet zegt
De Wkkgz vraagt goede zorg, een klachtenregeling en het melden van incidenten. Een keurmerk schrijft de wet niet voor. En levert u uitsluitend Wmo-gefinancierde zorg, dan valt u formeel zelfs buiten de Wkkgz. Dat staat niet in de kleine lettertjes van een adviesbureau maar in de leeswijzer van de HKZ 143-norm zelf: de Wkkgz is daar het referentiekader, ook voor zorg die er formeel niet onder valt, "zoals het geval is bij door de Wmo gefinancierde zorg".
In de praktijk komt de Wkkgz bij Wmo-aanbieders dus binnen via het contract, niet via de wet: gemeenten nemen die eisen op in hun programma van eisen. Het verschil lijkt juridisch, maar het bepaalt bij wie u moet zijn als u iets wilt weten: uw contractmanager, niet de IGJ.
En de Wtza?
Die geldt voor u waarschijnlijk niet. Het CIBG is er duidelijk over: de Wtza geldt niet voor aanbieders die alleen diensten verrichten die onder de Wmo 2015 of de Jeugdwet vallen, en de vergunningplicht geldt voor zorgaanbieders en niet voor jeugdhulpaanbieders. Bestaande kleine aanbieders die per 1 januari 2025 wél vergunningplichtig werden, kregen die vergunning van rechtswege: zonder aanvraag en zonder deadline.
U leest vaak dat de Wtza een kwaliteitssysteem eist en dat HKZ daarvoor de invulling is. Voor een Wmo-aanbieder is dat niet waar, en het is het soort argument waarmee u een certificaat wordt aangepraat op een grond die niet bestaat.
De echte reden om er niet mee te wachten is niet de wet, maar de deur.
Tussentijds instappen in een lopend Wmo-contract kon in 2017 en 2018 nog bij 51 procent van de contracten. In 2023 en 2024 was dat gezakt naar 35 procent (PPRC). Twee derde van de contracten zit dus dicht tot de volgende ronde. Certificeren duurt maanden, en de ronde wacht niet. Wie zijn dossier op orde heeft als de deur opengaat, kan mee.
Wat u concreet kunt doen
- Zoek de inkoopstukken van uw eigen regio op en lees de geschiktheidseisen. Het staat er letterlijk, meestal onder een kopje als G2 of "kwaliteitsmanagementsysteem".
- Staat er "of gelijkwaardig", dan is een eigen handboek met een onafhankelijke toetsing vaak genoeg. Kijk wat er precies wordt gevraagd voor u een certificeringstraject start.
- Kijk wanneer uw regio weer een toetredingsmoment opent. Dat is de datum die uw planning bepaalt, niet een wettelijke deadline.
- Werkt u als onderaannemer, vraag dan bij uw hoofdaannemer op wat er in hún contract staat. Die eis werkt naar u door.
Blijkt een certificaat nodig, dan is de vervolgvraag wat het kost en of u het zelf kunt. Lees wat kost HKZ-certificering en HKZ zelf behalen.